Kennismaking
Activiteiten
Gedane zaken
Nieuws
Contact
Home

Themanummer

VEEL MENSEN IN DE BUURT EN TOCH ALLEEN
Met sociaal mentoraat voorkomt Leiden isolement van bewoners in de Hoven, Leiden Noord


Aan de noordkant van de Leidse binnenstad, in de Hoven is een project begonnen waarbij interviewers bij mensen aanbellen om te horen hoe het met ze gaat. Bemoeizorg? Of dit niet te ver gaat? De Leidse gemeentelijke overheid denkt van niet. Een onbekend aantal mensen in de Hoven dreigt te vereenzamen: door gebrek aan contact is de kans groot dat ze sociaal geïsoleerd raken. Het huisbezoek brengt die mensen op het spoor. Zij hebben een stimulans nodig om weer naar buiten te gaan, in letterlijke en figuurlijke zin, om opnieuw contact te maken en het vertrouwen in zichzelf terug te krijgen. Die hulp krijgen ze van een mentor, bij voorkeur iemand uit dezelfde buurt die vrijwillig een tijdje met ze optrekt, één-op-één-begeleiding, maatwerk dus. Om dit sociaal mentoraat te kunnen organiseren hebben verschillende organisaties in Leiden de handen ineengeslagen. Een nieuw, uitdagend initiatief dat in gang is gezet en begeleid wordt door de Provincie Zuid-Holland.

Leiden: geen echte "grote stad", maar je hebt er wel de kans lang alleen te zijn. In sommige buurten zal het niemand opvallen dat je je al een tijdje niet op straat hebt laten zien. Daar ontbreekt de bindende functie die een buurt kan hebben, waar mensen met en voor elkaar zorgen. Zoals in de Hoven, aan de noordkant van de Leidse binnenstad. Ooit een typische arbeiderswijk, waar mensen zich bij elkaar betrokken voelden en het gemeenschapsgevoel groot was, werd het een buurt met steeds meer portiekwoningen waar de saamhorigheid veel geringer was. Veel mensen verhuisden en de sociale contacten werden beperkter. Degenen die er bleven wonen, misten daarmee een behoorlijk functionerend netwerk, hadden vaak een laag inkomen, kwamen soms in de problemen en raakten langzaamaan los van hun omgeving. Dit was voor een deel ook het geval voor de nieuwe bewoners. De gemeente hoorde de alarmklok.

Huisbezoekproject: een foto van de wijk
De Hoven kreeg extra aandacht door het Wijkontwikkelingsplan dat het accent op de verbetering van de sociale samenhang legt, een van de drie hoofddoelen in deze wijkvisie. In dit licht startte de gemeente, de Leidse Welzijnsorganisatie (LWO), de woningcorporaties en Maatschappelijke Dienstverlening Midden Holland het Huisbezoekproject dat als het ware een foto van de wijk maakt. Interviewers bellen eenvoudigweg aan om de mensen te spreken over hoe ze wonen en hoe ze dat ervaren, wat de relatie tot de buurt is, over werken, recreëren, gezond leven en veiligheid. De huisbezoekers ontmoeten zo ongeveer 85% van de mensen die in de Hoven wonen. Een redelijke groep maakt het goed, een aantal mensen is geholpen wanneer zij contact kunnen leggen met bestaande organisatie of (hulpverlenings)trajecten, maar er zijn ook mensen die hier buiten vallen.

Mensen die zich afzonderen
Tijdens het huisbezoek komen de interviewers mensen tegen die niet meer actief zijn in maatschappelijk opzicht en in zichzelf gekeerd raken, maar die ook de weg niet weten naar hulpverlenende instanties. Zouden zij gestimuleerd worden om weer deel te nemen aan het leven buiten, en contact te maken met anderen, dan zou een deel van hun zorgen zijn opgelost. Met de selectie van deze mensen begint het sociaal mentoraat, een selectie die de casemanagers van het Huisbezoekproject maken. Zij adviseren wie met het sociaal mentoraatproject geholpen zouden zijn, en dragen hen over aan de coördinator van het sociaal mentoraatproject.

Vrijwilligers vaak mensen uit dezelfde buurt
Sociaal mentoraat, de naam zegt het, steunt op de hulp van mentoren, vrijwilligers die voor een bepaalde tijd met iemand willen optrekken. Dat kan intensief of minder intensief zijn, af en toe langs gaan, iemand zijn verhaal laten vertellen, of boodschappen doen en naar de film gaan. De vraag van de bewoner bepaalt wie de mentor is die bij hem past: sociaal mentoraat is maatwerk. Het vinden van (de juiste) mentoren bepaalt natuurlijk mede het succes van het project. In een buurtgericht project zoals dit, komen allereerst vrijwilligers in aanmerking die in dezelfde buurt wonen en in sommige gevallen zijn dat zelfs mensen die in hun gesprek met de interviewers van het Huisbezoek hebben aangegeven iets te willen doen in de wijk. Wanneer zich mentoren aanmelden, worden zij niet alleen met enthousiasme binnengehaald maar ook grondig voorbereid op hun taak. Er zijn intakegesprekken, trainingen (overigens ook maatwerk) en bijeenkomsten waar zij hun ervaringen kunnen uitwisselen en vragen en problemen kunnen voorleggen. Zij worden gedurende de gehele periode gecoacht. Het zoeken naar de juiste combinatie tussen bewoner en vrijwilliger, inspelen op wat wel en niet kan, geeft dynamiek aan het project, en spanning, er wordt flexibiliteit gevraagd van de organisatie en haar medewerkers want behalve een werkplan met richtlijnen over doel en middelen ligt weinig van tevoren vast.
.
Nieuwe kansen
Op deze manier biedt dit sociaal mentoraat project nieuwe kansen aan een behoorlijk aantal mensen. De bewoners krijgen met hulp van een mentor meer grip op hun leven, zij worden weer actief en pakken zelf dingen aan die niet goed lopen. Zij krijgen meer zelfvertrouwen. Het is niet ondenk-baar dat zij werk zoeken en vinden of dat zij zelf vrijwilliger worden.
Ook de buurt vaart wel bij mensen die sociaal actiever worden, de samenhang wordt hechter, netwerken trekken aan of ontstaan, men zorgt meer voor elkaar.
Vrijwilligers ten slotte ontwikkelen zich door deskundigheidstraining; als zij zelf buurtbewoner zijn, versterken zij hun eigen netwerk en bouwen nieuwe contacten op.
De activering geldt overigens evenzeer de instanties wanneer duidelijk wordt dat sommige instellingen onbekend, ontoegankelijk of in het geheel niet aanwezig zijn.
En ten slotte, niet een van de minste doelstellingen, ontstaat er gaandeweg het project een methodiek op het gebied van matchen van vrijwilligers en bewoners. Een overdraagbare methode, die in andere projecten bruikbaar kan zijn.

Organisatie
Feitelijk en praktisch gezien is er zoals dat bij projectmatig werken gewoon is, een beleidsmatige en een uitvoerende kant, waarbij de gemeente initiatiefnemer is, de projectleider levert en de beleidsmatige doelen formuleert en controleert. De uitvoerende kant ligt bij de welzijnsorganisaties, de coördinator sociaal mentoraat is dan ook hier ondergebracht. Deze functie is overigens bijna de belangrijkste schakel voor het welslagen van het project. De keuze viel in Leiden op een vrouwelijke coördinator die de wijk goed kent. Haar taken bestaan uit het werven en begeleiden van vrijwilligers, netwerken kennen en contacten warm houden, met andere organisaties samenwerken, zij is de eigenlijke spin in het web.
Een project als dit sociaal mentoraatproject vraagt de inzet van de organisatie om vraaggericht te willen en kunnen werken. Niet het aanbod als uitgangspunt maar de vraag van de bewoners bepaalt hoe het aanbod eruit moet zien. Bundeling van kennis, samenwerking tussen organisaties, is de aanzet om die vraag te kunnen beantwoorden

Pionieren
Leiden ging met dit sociaal mentoraat een nieuwe weg in, maar nam daarbij als uitgangspunt dat je niet iedere keer zelf het wiel hoeft uit te vinden. Vanaf het begin stonden de voelhorens uit naar initiatieven die leken op wat het sociaal mentoraatproject beoogde. Samenwerken met andere organisaties, in dit geval aanhaken bij het Huisbezoekproject dat al in gang gezet was, geeft behalve enthousiasme, extra expertise en een breed werkvlak. De uitdaging, het gevoel te pionieren geeft daarbij een extra stimulans. De organisatie is mogelijk geworden door die samenwerking.

Comodo SSL